Vertaling van brengen

Inhoud:

Nederlands
Spaans
brengen, dragen, voeren, voorhebben {ww.}
llevar

wij brengen
jullie brengen
zij brengen

nosotros llevamos
vosotros lleváis
ellos/ellas llevan
» meer vervoegingen van llevar

We zijn het gewend om schoenen te dragen.
Acostumbramos a llevar zapatos.
Ik kan deze koffer niet zelf dragen.
No puedo llevar esta maleta solo.
aandragen, bezorgen, brengen, aanbrengen {ww.}
aportar
traer

wij brengen
jullie brengen
zij brengen

nosotros aportamos
vosotros aportáis
ellos/ellas aportan
» meer vervoegingen van aportar

besturen, brengen, leiden, geleiden, voeren {ww.}
conducir

wij brengen
jullie brengen
zij brengen

nosotros conducimos
vosotros conducís
ellos/ellas conducen
» meer vervoegingen van conducir

Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
¿Te dejó tu tío conducir el coche?


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Ik zal u direct de rekening brengen.

Yo le traeré la factura inmediatamente.

Tracht geduld op te brengen met anderen.

Trata de tener paciencia con los demás.

Europeanen probeerden de stam beschaving bij te brengen.

Los europeos trataron de civilizar a la tribu.

Tom en Mary brengen veel tijd samen door.

Tom y Mary pasan mucho tiempo juntos.

Na veel overleg beslisten we onze vakantie in Spanje door te brengen.

Luego de muchos debates, decidimos pasar nuestras vacaciones en España.


Gerelateerd aan brengen

dragen - voeren - voorhebben - aandragen - bezorgen - aanbrengen - besturen - leiden - geleiden