Vertaling van leggen
poner
colocar
wij leggen
jullie leggen
zij leggen
nosotros metemos
vosotros metéis
ellos/ellas meten
» meer vervoegingen van meter
colocar
wij leggen
jullie leggen
zij leggen
nosotros ponemos
vosotros ponéis
ellos/ellas ponen
» meer vervoegingen van poner
acomodar
wij leggen
jullie leggen
zij leggen
nosotros situamos
vosotros situáis
ellos/ellas sitúan
» meer vervoegingen van situar
Voorbeelden in zinsverband
In mei leggen alle vogeltjes een ei.
En mayo, todos los pájaros ponen un huevo.
Ik zou een eeuwigheid bezig zijn om alles uit te leggen.
Me tomaría una eternidad explicarte todo.
Hij vroeg haar uit te leggen hoe ze het geld had gebruikt.
Él le exigió que explicara en qué se había gastado el dinero.
Het zou me te veel tijd kosten om je uit te leggen waarom dat niet gaat werken.
Me llevaría demasiado tiempo explicarte por qué no va a funcionar.