Vertaling van moet

Inhoud:

Nederlands
Spaans
klad, klak, moet, mop, plek, smet, vlek {zn.}
mácula
mancha [v] (la ~)
horen, behoren, dienen, moeten, zullen {ww.}
tener que
deber

ik moet
jij moet
hij/zij/het moet

yo debo
debes
él/ella debe
» meer vervoegingen van deber

Ik heb er een hekel aan om 's morgens te moeten haasten.
Detesto tener que apresurarme en la mañana.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Ik moet fietsen.

Debo montar una bicicleta.

Ik moet naar bed.

Me tengo que ir a la cama.

Wat moet ik doen?

¿Qué debo hacer?

Ik moet je onderzoeken.

Tengo que examinarte.

Een mens moet werken.

Un hombre debe trabajar.

Ik moet gaan.

Me debería ir.

Hoeveel moet ik u?

¿Cuánto te debo?

Tom moet dingen uitleggen.

Tom tiene cosas que explicar.

Ge moet onmiddellijk beginnen.

Tienes que empezar inmediatamente.

Ik moet gaan slapen.

Tengo que irme a dormir.

Ik moet postzegels kopen.

Necesito comprar estampillas.

Ik moet stofzuigen.

Tengo que pasar la aspiradora.

Ge moet uw best doen.

Debes dar lo mejor.

Ik moet onder de douche.

Necesito ducharme.

Een man moet eerlijk zijn.

Un hombre debe ser honesto.


Gerelateerd aan moet

klad - klak - mop - plek - smet - vlek - horen - behoren - dienen - moeten - zullen