Vertaling van vervoeren

Inhoud:

Nederlands
Spaans
overbrengen, transporteren, voeren, vervoeren {ww.}
transferir
traferir
transportar

wij vervoeren
jullie vervoeren
zij vervoeren

nosotros transferimos
vosotros transferís
ellos/ellas transfieren
» meer vervoegingen van transferir

chaufferen, rijden, vervoeren {ww.}
conducir
dirigir

wij vervoeren
jullie vervoeren
zij vervoeren

nosotros conducimos
vosotros conducís
ellos/ellas conducen
» meer vervoegingen van conducir

Ik kan auto rijden, maar Tom niet.
Yo sé conducir un coche, pero Tom no.
Jim is het nog niet gewend van aan de linkerkant van de weg te rijden.
Jim todavía no está acostumbrado a conducir por la izquierda.


Gerelateerd aan vervoeren

overbrengen - transporteren - voeren - chaufferen - rijden