Vertaling van zijn

Inhoud:

Nederlands
Spaans
wezen, zijn {ww.}
ser
estar

wij zijn
jullie zijn
zij zijn

nosotros somos
vosotros sois
ellos/ellas son
» meer vervoegingen van ser

Ze lijkt gelukkig te zijn.
Ella parece estar feliz.
Ze zijn vast op je aan het wachten.
Deben de estar esperándote.
bestaan [o], zijn, existentie {zn.}
existencia [v] (la ~)
Geloof je in het bestaan van God?
¿Crees en la existencia de Dios?
Ik geloof niet in het bestaan van God.
No creo en la existencia de Dios.
wezenheid [v], wezen [o], zijn {zn.}
ser [m] (el ~)
ente [m] (el ~)
Ik wil geen stumper zijn, ik wil cool zijn!!
¡¡No quiero ser patético, quiero ser guay!!
Het kan nuttig zijn.
Puede ser útil.
haar, hun, zijn, heur, z'n, 'r, d'r {bez. vnw.}
suyo
suya

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Zijn schoenen zijn bruin.

Sus zapatos son marrones.

Zijn voorspellingen zijn uitgekomen.

Sus predicciones se han cumplido.

Programmeertalen zijn zijn hobby.

Los lenguajes de programación son su pasatiempo.

Zijn ogen zijn groter dan zijn maag.

Te entra más por los ojos que por la boca.

Zijn beide ouders zijn dood.

Sus padres están muertos.

Zijn beide grootvaders zijn dood.

Sus dos abuelos están muertos.

Zowel zijn vader als moeder zijn gestorven.

Tanto su padre como su madre están muertos.

Zijn jullie voor of tegen zijn idee?

¿Ustedes están a favor o en contra de su idea?

Zijn toestand had erger kunnen zijn.

Su condición podría haber sido peor.

Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht.

Quien se daña su nariz se daña su cara.

Zijn vader schijnt advokaat te zijn.

Parece que su padre es abogado.

Tien jaar zijn verstreken sinds zijn dood.

Han pasado diez años desde su muerte.

We zijn leerlingen.

Somos alumnos.

Waar zijn je kleinkinderen?

¿Dónde están tus nietos?

Zijn toespraak beroerde ons.

Su discurso nos conmovió.


Gerelateerd aan zijn

wezen - bestaan - existentie - wezenheid - haar - hun - heur - z'n - 'r - d'r