Vertaling van zijn

Inhoud:

Nederlands
Spaans
wezen, zijn {ww.}
ser
estar

wij zijn
jullie zijn
zij zijn

nosotros somos
vosotros sois
ellos/ellas son
» meer vervoegingen van ser

Ze lijkt gelukkig te zijn.
Ella parece estar feliz.
Ze zijn vast op je aan het wachten.
Deben de estar esperándote.
bestaan [o], zijn, existentie {zn.}
existencia [v] (la ~)
Geloof je in het bestaan van God?
¿Crees en la existencia de Dios?
Ik geloof niet in het bestaan van God.
No creo en la existencia de Dios.
wezenheid [v], wezen [o], zijn {zn.}
ser [m] (el ~)
ente [m] (el ~)
Ik wil geen stumper zijn, ik wil cool zijn!!
¡¡No quiero ser patético, quiero ser guay!!
Het kan nuttig zijn.
Puede ser útil.
haar, hun, zijn, heur, z'n, 'r, d'r {bez. vnw.}
suyo
suya


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Zijn schoenen zijn bruin.

Sus zapatos son marrones.

Zijn beide ouders zijn dood.

Sus padres están muertos.

Zowel zijn vader als moeder zijn gestorven.

Tanto su padre como su madre están muertos.

Zijn jullie voor of tegen zijn idee?

¿Ustedes están a favor o en contra de su idea?

Zijn toestand had erger kunnen zijn.

Su condición podría haber sido peor.

We zijn leerlingen.

Somos alumnos.

Waar zijn je kleinkinderen?

¿Dónde están tus nietos?

Zijn toespraak beroerde ons.

Su discurso nos conmovió.

Zijn mening is waardeloos.

Su opinión no vale nada.

Frans is zijn moedertaal.

Su lengua materna es el francés.

Beide zussen zijn blondines.

Ambas hermanas son rubias.

Bananen zijn geel.

Los plátanos son amarillos.

We zijn studenten.

Somos alumnos.

We zijn gedoemd.

Estamos condenados.

Zijn vaderland is Duitsland.

Su país natal es Alemania.


Gerelateerd aan zijn

wezen - bestaan - existentie - wezenheid - haar - hun - heur - z'n - 'r - d'r