Vertaling van wezen

Inhoud:

Nederlands
Spaans
wezen, zijn {ww.}
ser
estar
Ze lijkt gelukkig te zijn.
Ella parece estar feliz.
Ze zijn vast op je aan het wachten.
Deben de estar esperándote.
essence [v], essentie [v], wezenheid [v], kern [v], wezen [o] {zn.}
esencia [v] (la ~)
aard [m], geaardheid [v], natuur [v], karakter [o], wezen [o] {zn.}
naturaleza [v] (la ~)
índole [v] (la ~)
Ik dacht altijd dat een hartaanvaal de manier was waarop de natuur je vertelt dat je moet sterven.
Siempre pensé que el tener un ataque cardiaco era la manera de la naturaleza de decirte que mueras.
wezenheid [v], wezen [o], zijn {zn.}
ser [m] (el ~)
ente [m] (el ~)
Ik wil geen stumper zijn, ik wil cool zijn!!
¡¡No quiero ser patético, quiero ser guay!!
Het kan nuttig zijn.
Puede ser útil.
aanduiden, aangeven, aanwijzen, uitduiden, wijzen {ww.}
señalar
indicar

wij wezen
jullie wezen
zij wezen

nosotros señalamos
vosotros señalasteis
ellos/ellas señalaron
» meer vervoegingen van señalar

laten zien, tentoonspreiden, tonen, vertonen, wijzen, uitwijzen {ww.}
indicar
mostrar
señalar
enseñar

wij wezen
jullie wezen
zij wezen

nosotros indicamos
vosotros indicasteis
ellos/ellas indicaron
» meer vervoegingen van indicar

Kijk goed. Ik zal je laten zien hoe je dit doet.
Fíjate bien. Te voy a mostrar cómo se hace.
Kun je me de weg naar de bushalte tonen?
¿Me puede indicar el camino a la parada de buses?


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Ik ben vandaag bloed wezen geven.

Fui hoy a donar sangre.

De oorlog is in wezen voorbij.

La guerra prácticamente ha acabado.