Vertaling van aandoening

Inhoud:

Nederlands
Frans
aandoening, emotie {zn.}
affection  [v] (l' ~)
aandoening [v], bewogenheid [v], emotie [v], roersel {zn.}
émotion  [v] (la ~)
aandoening [v], kwaal [v], ziekte [v] {zn.}
maladie  [v] (la ~)
infirmité  [v] (l' ~)
Ze lijdt aan een besmettelijke ziekte.
Elle souffre d'une maladie contagieuse.
Heb je ooit een ernstige ziekte gehad?
Avez-vous jamais souffert d'une maladie sérieuse ?


Gerelateerd aan aandoening

emotie - bewogenheid - roersel - kwaal - ziekte