Vertaling van aangrijpen

Inhoud:

Nederlands
Frans
aangrijpen, bewegen, ontroeren {ww.}
remuer 
émouvoir 
affecter 

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

je remuerai
tu remueras
il/elle remuera
» meer vervoegingen van remuer

aangrijpen, aantasten, aanvallen, tackelen, attaqueren {ww.}
assaillir 
attaquer 

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

j'assaillirai
tu assailliras
il/elle assaillira
» meer vervoegingen van assaillir

frapperen, treffen, aandoen, aangrijpen {ww.}
affecter 

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

j'affecterai
tu affecteras
il/elle affectera
» meer vervoegingen van affecter

inboezemen, aandoen, aangrijpen {ww.}
affecter 

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

j'affecterai
tu affecteras
il/elle affectera
» meer vervoegingen van affecter

bemachtigen, grijpen, aangrijpen, vastgrijpen {ww.}
agripper 
saisir 

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

j'agripperai
tu agripperas
il/elle agrippera
» meer vervoegingen van agripper

raken, treffen, aandoen, aangrijpen {ww.}
affecter 

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

j'affecterai
tu affecteras
il/elle affectera
» meer vervoegingen van affecter

draaien, aandoen, aangrijpen {ww.}
affecter 

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

j'affecterai
tu affecteras
il/elle affectera
» meer vervoegingen van affecter