Vertaling van aansluiten

Inhoud:

Nederlands
Frans
aansluiten, zich aaneensluiten, zich verenigen {ww.}
s'accoupler 
aansluiten, verbinden {ww.}
aboucher
connecter 

ik zal aansluiten
jij zult aansluiten
hij/zij/het zal aansluiten

je connecterai
tu connecteras
il/elle connectera
» meer vervoegingen van connecter

aansluiten, binden, vastbinden, vastmaken, verbinden {ww.}
nouer 
relier 
attacher 

ik zal aansluiten
jij zult aansluiten
hij/zij/het zal aansluiten

je nouerai
tu noueras
il/elle nouera
» meer vervoegingen van nouer

instemmen, accorderen, bijvallen, schragen, aansluiten, onderschrijven, ondersteunen, het eens zijn, overeenstemmen, samengaan, stroken, bijeenpassen, rijmen, kloppen {ww.}
s'harmoniser 
être d'accord 
s'accorder