Vertaling van geloof
ik geloof
je crois
» meer vervoegingen van croire
Voorbeelden in zinsverband
Ik geloof in spoken.
Je crois aux fantômes.
Geloof me maar gewoon.
Crois-moi juste sur parole.
Ik geloof niet in God.
Je ne crois pas en Dieu.
Geloof mij. Ik word een nieuwe man.
Crois-moi. Je serai un homme nouveau.
Geloof je in het bestaan van God?
Croyez-vous en l'existence de Dieu ?
Hij heeft, geloof ik, in Spanje gewoond.
Il habitait en Espagne, je pense.
Haar geloof in God is erg sterk.
Sa croyance en Dieu est résolue.
Waarom geloof jij niet in God?
Pourquoi ne crois-tu pas en Dieu ?
Ik geloof dat het morgen gaat sneeuwen.
Je crois qu'il va neiger demain.
Ik geloof niet in het bestaan van God.
Je ne crois pas en l'existence de Dieu.
Ik geloof Naomi niet; ik denk dat ze liegt.
Je ne crois pas Naomi. Je crois qu'elle ment.
Ik geloof in de onsterfelijkheid van de ziel.
Je crois en l'immortalité de l'âme.
Geloof hen die waarheid zoeken, pas op voor wie haar vinden.
Croyez ceux qui cherchent la vérité, doutez de ceux qui la trouvent.
"Nou..." zuchtte Dima, keerde zich vervolgens naar de verkoopster en wierp haar een moordzuchtige blik toe, "ik geloof dat ik nu geen keus heb..."
"Bon..." soupira Dima, qui se tourna alors vers le commerçant et lui lança un regard assassin. "Je crois que je n'ai pas le choix désormais..."