Vertaling van gevierd

Inhoud:

Nederlands
Frans
befaamd, beroemd, gevierd, roemruchtig, vermaard, wijdvermaard {bn.}
célèbre 
fameux 
illustre 
beroemd, gerenommeerd, gevierd, vermaard {bn.}
fameux 
loslaten, lossen, tappen, uitlaten, vieren, weglaten {ww.}
lâcher 
répandre 
dégager 

ik heb gevierd
jij hebt gevierd
hij/zij/het heeft gevierd

j'ai lâché
tu as lâché
il/elle a lâché
» meer vervoegingen van lâcher

celebreren, opdragen, vieren {ww.}
célébrer 

ik heb gevierd
jij hebt gevierd
hij/zij/het heeft gevierd

j'ai célébré
tu as célébré
il/elle a célébré
» meer vervoegingen van célébrer

fuiven, vieren, feestvieren {ww.}
fêter 

ik heb gevierd
jij hebt gevierd
hij/zij/het heeft gevierd

j'ai fêté
tu as fêté
il/elle a fêté
» meer vervoegingen van fêter

celebreren, vieren {ww.}
fêter 

ik heb gevierd
jij hebt gevierd
hij/zij/het heeft gevierd

j'ai fêté
tu as fêté
il/elle a fêté
» meer vervoegingen van fêter