Vertaling van laten
wij laten
jullie laten
zij laten
nous laissons
vous laissez
ils/elles laissent
» meer vervoegingen van laisser
wij laten
jullie laten
zij laten
nous faisons
vous faites
ils/elles font
» meer vervoegingen van faire
Voorbeelden in zinsverband
Laten we sushi eten.
Prenons des sushi.
Laten we overmorgen samenkomen.
Rencontrons-nous après-demain.
Laten we vrienden zijn.
Soyons amies.
Laten we handen schudden.
Serrons-nous la main !
Laten we voetbal spelen.
Jouons au football.
Laten we ons haasten.
Dépêchons-nous.
Laten we beginnen.
Commençons !
Laten we TV kijken.
Regardons la télé.
Nou, laten we gaan.
Eh bien, allons-y.
Sommige geuren kunnen gemakkelijk jeugdherinneringen laten opduiken.
Certaines odeurs peuvent facilement évoquer des souvenirs d'enfance.
Laten we uit eten gaan vanavond.
Ce soir, mangeons dehors.
Laten we het nog eens proberen.
Essayons encore une fois.
Hij probeerde de robot te laten rennen.
Il a essayé de faire marcher le robot.
Laten we een korte pauze nemen.
Faisons une courte pause.
Laten we even bij hem aanwippen.
Passons chez lui.