Vertaling van reis
Inhoud:
Nederlands
Frans
Ik reis vaak.
Je voyage souvent.
Ze hebben hun trip vanwege Regen afgebroken.
Leur voyage fut annulé en raison de la pluie.
ik reis
je voyage
» meer vervoegingen van voyager
Ik hou van reizen.
J’aime voyager.
Ik wil met je reizen.
Je veux voyager avec vous.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Frans
Ik reis liever met de trein dan met de vliegtuig.
Je préfère aller en train que prendre un avion.
Ze zijn rijke Engelse dames op reis naar Italië.
Ce sont de riches Anglaises en vacances en Italie.
Hoe gaat het met u? Hebt u een goede reis gehad?
Comment vas-tu ? As-tu fait bon voyage ?
Ik zal mijn reis naar Schotland uitstellen tot het warmer is.
Je vais repousser ma visite en Écosse jusqu'à ce qu'il fasse plus chaud.
De bemanning bereide zich voor op de reis naar de ruimte.
L'équipage se préparait pour le voyage spatial.