Vertaling van reizen
Inhoud:
Nederlands
Frans
wij reizen
jullie reizen
zij reizen
nous voyageons
vous voyagez
ils/elles voyagent
» meer vervoegingen van voyager
Ik hou van reizen.
J’aime voyager.
Ik wil met je reizen.
Je veux voyager avec vous.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Frans
Ik hou van reizen.
J’aime voyager.
Ik wil met je reizen.
Je veux voyager avec vous.
Mijn droom is om in een spaceshuttle te reizen.
Mon rêve c'est de voyager dans une navette spatiale.
Mijn broer is oud genoeg om alleen te reizen.
Mon frère est assez grand pour voyager seul.