Vertaling van uitgesproken

Inhoud:

Nederlands
Frans
duidelijk, helder, klaar, uitgesproken, zuiver {bn.}
clair 
limpide 
net 
apert, duidelijk, evident, kennelijk, klaarblijkelijk, uitgesproken {bn.}
évident 
betuigen, opperen, uitdrukken, uiten, uitspreken, verwoorden {ww.}
représenter 
exprimer 

ik heb uitgesproken
jij hebt uitgesproken
hij/zij/het heeft uitgesproken

j'ai représenté
tu as représenté
il/elle a représenté
» meer vervoegingen van représenter



Gerelateerd aan uitgesproken

duidelijk - helder - klaar - zuiver - apert - evident - kennelijk - klaarblijkelijk - betuigen - opperen - uitdrukken - uiten - uitspreken - verwoorden