Vertaling van uitlopen

Inhoud:

Nederlands
Frans
uitgaan, uitkomen, uitlopen, uitstappen, uitstijgen, uittreden {ww.}
sorter
donner 
aboutir 
descendre 

ik zal uitlopen
jij zult uitlopen
hij/zij/het zal uitlopen

je donnerai
tu donneras
il/elle donnera
» meer vervoegingen van donner

aflopen, eindigen, ophouden, uitgaan, uitlopen, uitraken, verlopen {ww.}
prendre fin
se terminer 
finir 

ik zal uitlopen
jij zult uitlopen
hij/zij/het zal uitlopen

je finirai
tu finiras
il/elle finira
» meer vervoegingen van finir

afrijden, uitlopen, uitvaren, vertrekken, wegrijden {ww.}
partir 

ik zal uitlopen
jij zult uitlopen
hij/zij/het zal uitlopen

je partirai
tu partiras
il/elle partira
» meer vervoegingen van partir

We gaan morgen vertrekken.
Nous allons partir demain.
Wanneer ben je klaar om te vertrekken?
Quand seras-tu prêt à partir ?