Vertaling van voertuig

Inhoud:

Nederlands
Frans
rijtuig, vehikel, voertuig, wagen {zn.}
voiture  [v] (la ~)
bagnole  [v] (la ~)
véhicle [m] (le ~)
Hij heeft een buitenlandse wagen.
Il a une voiture étrangère.
Vertel me alstublieft waar ik mijn wagen moet parkeren.
Merci de me dire où je dois garer ma voiture.


Gerelateerd aan voertuig

rijtuig - vehikel - wagen