Vertaling van Glimmen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
Glimmen {eigenn.}
Glimmen {eigenn.}
glimmen {ww.}
glimmen {ww.}
ik glim
jij glimt
hij/zij/het glimt
ik glim
jij glimt
hij/zij/het glimt
» meer vervoegingen van glimmen
glimmen {ww.}
glimmen {ww.}
ik glim
jij glimt
hij/zij/het glimt
ik glim
jij glimt
hij/zij/het glimt
» meer vervoegingen van glimmen
glinsteren, tintelen, glimmen {ww.}
glinsteren
tintelen
glimmen {ww.}
tintelen
glimmen {ww.}
ik glim
jij glimt
hij/zij/het glimt
ik tintel
jij tintelt
hij/zij/het tintelt
» meer vervoegingen van tintelen
glimmen, glanzen {ww.}
glimmen
glanzen {ww.}
glanzen {ww.}
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
ik glim
jij glimt
hij/zij/het glimt
» meer vervoegingen van glimmen
stralen, afstralen, glimmen, glunderen {ww.}
stralen
afstralen
glimmen
glunderen {ww.}
afstralen
glimmen
glunderen {ww.}
hij/zij/het straalt af
zij stralen af
ik glim
hij/zij/het straalt
zij stralen
ik straal
» meer vervoegingen van stralen
Sterren stralen aan de hemel.
Sterren stralen aan de hemel.