Vertaling van Maria

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
Maria, Marie, Marjon, Mariëtte, Mariëlle, Marieke, Maaike, Maai {zn.}
Maria
Marie
Marjon
Mariëtte
Mariëlle
Marieke
Maaike
Maai {zn.}
Maria heeft blauwe ogen.
Maria heeft blauwe ogen.
Vandaag is Maria treurig.
Vandaag is Maria treurig.
Maria, Onze-Lieve-Vrouw [v] (de ~), Moedermaagd, Lievevrouw {zn.}
Maria
Onze-Lieve-Vrouw [v] (de ~)
Moedermaagd
Lievevrouw {zn.}
Maria verstaat Chinees.
Maria verstaat Chinees.
Maria kijkt graag TV.
Maria kijkt graag TV.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Maria heeft blauwe ogen.

Maria heeft blauwe ogen.

Vandaag is Maria treurig.

Vandaag is Maria treurig.

Maria verstaat Chinees.

Maria verstaat Chinees.

Maria kijkt graag TV.

Maria kijkt graag TV.

Maria heeft lang haar.

Maria heeft lang haar.

Tom wilde thuisblijven met Maria.

Tom wilde thuisblijven met Maria.

Tom had veel respect voor Maria.

Tom had veel respect voor Maria.

Maria zwemt even snel als Jakobo.

Maria zwemt even snel als Jakobo.

Maria ging naar een katholieke middelbare school.

Maria ging naar een katholieke middelbare school.

Maria vroeg me: "ben je ziek?"

Maria vroeg me: "ben je ziek?"

Tot Jezus door Maria

Tot Jezus door Maria

Maria zwemt ongeveer net zo snel als Jack.

Maria zwemt ongeveer net zo snel als Jack.

Tom vroeg Maria geen suiker toe te voegen.

Tom vroeg Maria geen suiker toe te voegen.

Tom vond het niet erg dat Maria kleine borsten had

Tom vond het niet erg dat Maria kleine borsten had

Maria en Natalia gaan winkelen. Ze willen iets kopen voor zichzelf.

Maria en Natalia gaan winkelen. Ze willen iets kopen voor zichzelf.


Gerelateerd aan Maria

Marie - Marjon - Mariëtte - Mariëlle - Marieke - Maaike - Maai - Onze-Lieve-Vrouw - Moedermaagd - Lievevrouwschepsel