Vertaling van aangelegd

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
aangelegd {bn.}
aangelegd {bn.}
aanleggen, aan de schouder brengen {ww.}
aanleggen
aan de schouder brengen {ww.}

ik heb aangelegd
jij hebt aangelegd
hij/zij/het heeft aangelegd

ik heb aangelegd
jij hebt aangelegd
hij/zij/het heeft aangelegd
» meer vervoegingen van aanleggen

fitten, installeren, aanleggen {ww.}
fitten
installeren
aanleggen {ww.}

ik heb aangelegd
jij hebt aangelegd
hij/zij/het heeft aangelegd

ik heb gefit
jij hebt gefit
hij/zij/het heeft gefit
» meer vervoegingen van fitten

aanleggen {ww.}
aanleggen {ww.}

ik heb aangelegd
jij hebt aangelegd
hij/zij/het heeft aangelegd

ik heb aangelegd
jij hebt aangelegd
hij/zij/het heeft aangelegd
» meer vervoegingen van aanleggen

aanleggen {ww.}
aanleggen {ww.}

ik heb aangelegd
jij hebt aangelegd
hij/zij/het heeft aangelegd

ik heb aangelegd
jij hebt aangelegd
hij/zij/het heeft aangelegd
» meer vervoegingen van aanleggen

bouwen, construeren, aanleggen {ww.}
bouwen
construeren
aanleggen {ww.}

ik heb aangelegd
jij hebt aangelegd
hij/zij/het heeft aangelegd

ik heb gebouwd
jij hebt gebouwd
hij/zij/het heeft gebouwd
» meer vervoegingen van bouwen

Mijn hobby is modelvliegtuigjes bouwen.
Mijn hobby is modelvliegtuigjes bouwen.
Zijn plan is, een brug over die rivier te bouwen.
Zijn plan is, een brug over die rivier te bouwen.
begaafd, begenadigd, getalenteerd, keiig, talentvol, aangelegd {bn.}
begaafd
begenadigd
getalenteerd
keiig
talentvol
aangelegd {bn.}