Vertaling van afperken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
afperken, vastleggen {ww.}
afperken
vastleggen {ww.}
vastleggen {ww.}
ik zal afperken
jij zult afperken
hij/zij/het zal afperken
ik zal afperken
jij zult afperken
hij/zij/het zal afperken
» meer vervoegingen van afperken
omschrijven, bebakenen, demarqueren, afzetten, afperken, afpalen, afgrenzen, afbakenen {ww.}
omschrijven
bebakenen
demarqueren
afzetten
afperken
afpalen
afgrenzen
afbakenen {ww.}
bebakenen
demarqueren
afzetten
afperken
afpalen
afgrenzen
afbakenen {ww.}
ik zal afbakenen
jij zult afbakenen
hij/zij/het zal afbakenen
ik zal omschrijven
jij zult omschrijven
hij/zij/het zal omschrijven
» meer vervoegingen van omschrijven
Hoe zou jij "gelukkigheid" omschrijven?
Hoe zou jij "gelukkigheid" omschrijven?