Vertaling van vastleggen
vastbinden
tuigeren
onderbinden
meren
aanbinden {ww.}
ik zal aanbinden
jij zult aanbinden
hij/zij/het zal aanbinden
ik zal vastleggen
jij zult vastleggen
hij/zij/het zal vastleggen
» meer vervoegingen van vastleggen
ik zal vastleggen
ik zou vastleggen
jij zult vastleggen
ik zal vastleggen
ik zou vastleggen
jij zult vastleggen
» meer vervoegingen van vastleggen
vastzetten {ww.}
ik zal vastleggen
ik zou vastleggen
jij zult vastleggen
ik zal vastleggen
ik zou vastleggen
jij zult vastleggen
» meer vervoegingen van vastleggen
ik zal vastleggen
ik zou vastleggen
jij zult vastleggen
ik zal vastleggen
ik zou vastleggen
jij zult vastleggen
» meer vervoegingen van vastleggen
registreren
vastleggen
aantekenen {ww.}
ik zal aantekenen
jij zult aantekenen
hij/zij/het zal aantekenen
ik zal boeken
jij zult boeken
hij/zij/het zal boeken
» meer vervoegingen van boeken
vastleggen {ww.}
ik zal afperken
jij zult afperken
hij/zij/het zal afperken
ik zal afperken
jij zult afperken
hij/zij/het zal afperken
» meer vervoegingen van afperken
vastleggen {ww.}
ik zal binden
jij zult binden
hij/zij/het zal binden
ik zal binden
jij zult binden
hij/zij/het zal binden
» meer vervoegingen van binden