Vertaling van beding

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
stipuleren, bedingen, conditioneren, als voorwaarde stellen {ww.}
stipuleren
bedingen
conditioneren
als voorwaarde stellen {ww.}

ik beding
jij bedingt
hij/zij/het bedingt

ik stipuleer
jij stipuleert
hij/zij/het stipuleert
» meer vervoegingen van stipuleren

voorwaarde [v] (de ~), conditie [v] (de ~), mits, bepaling, beding [o] (het ~), voorbeding, stipulatie, proviso, modaliteit {zn.}
voorwaarde [v] (de ~)
conditie [v] (de ~)
mits
bepaling
beding [o] (het ~)
voorbeding
stipulatie
proviso
modaliteit {zn.}
Sporten is goed voor je lichamelijke conditie.
Sporten is goed voor je lichamelijke conditie.
Je bent in een betere conditie dan ik.
Je bent in een betere conditie dan ik.
conditioneren, bedingen {ww.}
conditioneren
bedingen {ww.}

ik beding
jij bedingt
hij/zij/het bedingt

ik conditioneer
jij conditioneert
hij/zij/het conditioneert
» meer vervoegingen van conditioneren