Vertaling van bemiddelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bemiddelen {ww.}
bemiddelen {ww.}
ik bemiddel
jij bemiddelt
hij/zij/het bemiddelt
ik bemiddel
jij bemiddelt
hij/zij/het bemiddelt
» meer vervoegingen van bemiddelen
middelen, bemiddelen {ww.}
middelen
bemiddelen {ww.}
bemiddelen {ww.}
ik bemiddel
jij bemiddelt
hij/zij/het bemiddelt
ik middel
jij middelt
hij/zij/het middelt
» meer vervoegingen van middelen
Het doel heiligt de middelen.
Het doel heiligt de middelen.
Het doel heiligt de middelen
Het doel heiligt de middelen
intercederen, bemiddelen {ww.}
intercederen
bemiddelen {ww.}
bemiddelen {ww.}
ik bemiddel
jij bemiddelt
hij/zij/het bemiddelt
ik intercedeer
jij intercedeert
hij/zij/het intercedeert
» meer vervoegingen van intercederen