Vertaling van beploegen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
beploegen, omploegen, ploegen {ww.}
beploegen
omploegen
ploegen {ww.}

ik beploeg
jij beploegt
hij/zij/het beploegt

ik beploeg
jij beploegt
hij/zij/het beploegt
» meer vervoegingen van beploegen

omleggen, ploegen, doorploegen, omploegen, beploegen {ww.}
omleggen
ploegen
doorploegen
omploegen
beploegen {ww.}

ik beploeg
jij beploegt
hij/zij/het beploegt

ik leg om
jij legt om
hij/zij/het legt om
» meer vervoegingen van omleggen



Gerelateerd aan beploegen

omploegen - ploegen - omleggen - doorploegenbewerken