Vertaling van bron

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bron {zn.}
bron {zn.}
Bron en oorsprong
Bron en oorsprong
Tot de bodem", "Terug naar de bron.
Tot de bodem", "Terug naar de bron.
bron [m] (de ~) {zn.}
bron [m] (de ~) {zn.}
Het woord van de Heer is een bron van wijsheid
Het woord van de Heer is een bron van wijsheid
wel [v], bron [v], welput [m] {zn.}
wel [v]
bron [v]
welput [m] {zn.}
Wel wel! Hoe hebt ge dat gedaan?
Wel wel! Hoe hebt ge dat gedaan?
Dank je wel!
Dank je wel!
bron, informatiebron [m] (de ~) {zn.}
bron
informatiebron [m] (de ~) {zn.}
wel [m] (de ~), bron [m] (de ~) {zn.}
wel [m] (de ~)
bron [m] (de ~) {zn.}
Is dat wel goed?
Is dat wel goed?
Wel nu nog mooier!
Wel nu nog mooier!


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Bron en oorsprong

Bron en oorsprong

Tot de bodem", "Terug naar de bron.

Tot de bodem", "Terug naar de bron.

Het woord van de Heer is een bron van wijsheid

Het woord van de Heer is een bron van wijsheid


Gerelateerd aan bron

wel - welput - informatiebronaanvangspunt - oorsprong - iets - bron - water