Vertaling van buidel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
buidel [m] {zn.}
buidel [m] {zn.}
buidel [m] {zn.}
buidel [m] {zn.}
buidel {zn.}
buidel {zn.}
buideltje, zakje, buidel {zn.}
buideltje
zakje
buidel {zn.}
buidel [m] (de ~) {zn.}
buidel [m] (de ~) {zn.}
zak [m] (de ~), draagzak, beurs [m] (de ~), buidel [m] (de ~) {zn.}
zak [m] (de ~)
draagzak
beurs [m] (de ~)
buidel [m] (de ~) {zn.}
Wil je een plastieken zak of een papieren zak?
Wil je een plastieken zak of een papieren zak?
Ik heb één zak gekocht.
Ik heb één zak gekocht.


Gerelateerd aan buidel

buideltje - zakje - zak - draagzak - beurszak - huidplooi