Vertaling van beurs

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
beurs {bn.}
beurs {bn.}
portemonnee, geldbuidel [m], beurs [v] {zn.}
portemonnee
geldbuidel [m]
beurs [v] {zn.}
Geef hem gewoon de portemonnee.
Geef hem gewoon de portemonnee.
Ik heb mijn portemonnee verloren.
Ik heb mijn portemonnee verloren.
beurs [m] (de ~), foor [m] (de ~), beursgebouw [o] (het ~) {zn.}
beurs [m] (de ~)
foor [m] (de ~)
beursgebouw [o] (het ~) {zn.}
beursgebouw [o], handelsbeurs, beurs [v] {zn.}
beursgebouw [o]
handelsbeurs
beurs [v] {zn.}
stipendium, studiebeurs, beurs [v] {zn.}
stipendium
studiebeurs
beurs [v] {zn.}
beurs [m] (de ~) {zn.}
beurs [m] (de ~) {zn.}
beurs [m] (de ~), studiebeurs [m] (de ~), studietoelage [m] (de ~), stipendium [o] (het ~) {zn.}
beurs [m] (de ~)
studiebeurs [m] (de ~)
studietoelage [m] (de ~)
stipendium [o] (het ~) {zn.}
beurs [m] (de ~) {zn.}
beurs [m] (de ~) {zn.}
overrijp, beurs {bn.}
overrijp
beurs {bn.}
zak [m] (de ~), draagzak, beurs [m] (de ~), buidel [m] (de ~) {zn.}
zak [m] (de ~)
draagzak
beurs [m] (de ~)
buidel [m] (de ~) {zn.}
Wil je een plastieken zak of een papieren zak?
Wil je een plastieken zak of een papieren zak?
Ik heb één zak gekocht.
Ik heb één zak gekocht.
zak [m] (de ~), portemonnee [m] (de ~), beurs [m] (de ~), portemonnaie, geldzak, geldtas, geldbuidel [m] (de ~) {zn.}
zak [m] (de ~)
portemonnee [m] (de ~)
beurs [m] (de ~)
portemonnaie
geldzak
geldtas
geldbuidel [m] (de ~) {zn.}
Ik heb geen geld meer in m'n portemonnee.
Ik heb geen geld meer in m'n portemonnee.
Ik heb mijn portemonnee verloren op weg naar school.
Ik heb mijn portemonnee verloren op weg naar school.