Vertaling van rijp

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
rijp, rijm {zn.}
rijp
rijm {zn.}
Wij hebben enkel rijp fruit verzameld.
Wij hebben enkel rijp fruit verzameld.
Rijp {eigenn.}
Rijp {eigenn.}
rijp, waas {zn.}
rijp
waas {zn.}
rijp, voldragen {bn.}
rijp
voldragen {bn.}
belegen, bezonken, rijp {bn.}
belegen
bezonken
rijp {bn.}
rijp [m] (de ~), rijm [o] (de ~) {zn.}
rijp [m] (de ~)
rijm [o] (de ~) {zn.}
rijp {bn.}
rijp {bn.}
rijp worden, rijpen {ww.}
rijp worden
rijpen {ww.}

ik rijp
jij rijpt
hij/zij/het rijpt

ik rijp
jij rijpt
hij/zij/het rijpt
» meer vervoegingen van rijpen

volwassen, adult, rijp, groot {bn.}
volwassen
adult
rijp
groot {bn.}
ontwikkelen, rijpen, ontplooien {ww.}
ontwikkelen
rijpen
ontplooien {ww.}

ik ontplooi
jij ontplooit
hij/zij/het ontplooit

ik ontwikkel
jij ontwikkelt
hij/zij/het ontwikkelt
» meer vervoegingen van ontwikkelen

Wat vindt je van deze foto's? Ik heb ze vandaag laten ontwikkelen.
Wat vindt je van deze foto's? Ik heb ze vandaag laten ontwikkelen.
gerijpt, rijpen {ww.}
gerijpt
rijpen {ww.}

ik rijp
jij rijpt
hij/zij/het rijpt

ik rijp
jij rijpt
hij/zij/het rijpt
» meer vervoegingen van rijpen



Gerelateerd aan rijp

rijm - Rijp - waas - voldragen - belegen - bezonken - rijp worden - rijpen - volwassen - adult - groot - ontwikkelen - ontplooien - gerijptfilm - geschikt - majem - volgroeid - vooruitgaan - wassen