Vertaling van film
filmstrip
filmpje {zn.}
rolprent {zn.}
fotorolletje {zn.}
filmwereld
filmindustrie {zn.}
laag {zn.}
fotorolletje
filmstrook
filmrolletje {zn.}
bioscoopvoorstelling
filmvoorstelling {zn.}
rolprent {zn.}
opnemen
verfilmen {ww.}
ik film
jij filmt
hij/zij/het filmt
ik film
jij filmt
hij/zij/het filmt
» meer vervoegingen van filmen
draaien {ww.}
ik draai
jij draait
hij/zij/het draait
ik film
jij filmt
hij/zij/het filmt
» meer vervoegingen van filmen
Voorbeelden in zinsverband
Ik wil de film zien.
Ik wil de film zien.
Heb je deze film gezien?
Heb je deze film gezien?
Ik wil deze film zien.
Ik wil deze film zien.
De film duurde twee uur.
De film duurde twee uur.
Zijn nieuwe film is teleurstellend.
Zijn nieuwe film is teleurstellend.
Toms favoriete film is Dumbo.
Toms favoriete film is Dumbo.
Ik wil de film zien.
Ik wil de film zien.
Vond je de film leuk?
Vond je de film leuk?
De film begint om tien uur.
De film begint om tien uur.
Jullie willen een Franse film zien, nietwaar?
Jullie willen een Franse film zien, nietwaar?
De film bracht haar aan het wenen.
De film bracht haar aan het wenen.
De Amerikaanse film was een groot succes.
De Amerikaanse film was een groot succes.
Het gezin kijkt samen een film.
Het gezin kijkt samen een film.
Wil je echt een Franse film kijken?
Wil je echt een Franse film kijken?
Die film is de moeite waard.
Die film is de moeite waard.