Vertaling van sector

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
sector [m] (de ~) {zn.}
sector [m] (de ~) {zn.}
sector {zn.}
sector {zn.}
cirkelsector, kwadrant, sector {zn.}
cirkelsector
kwadrant
sector {zn.}
bedrijf [o] (het ~), wezen (het ~), -wezen, branche [m] (de ~), sector {zn.}
bedrijf [o] (het ~)
wezen (het ~)
-wezen
branche [m] (de ~)
sector {zn.}
Ik ben vandaag bloed wezen geven.
Ik ben vandaag bloed wezen geven.
De oorlog is in wezen voorbij.
De oorlog is in wezen voorbij.


Gerelateerd aan sector

cirkelsector - kwadrant - bedrijf - wezen - -wezen - branchesectie - onderdeel - deel - groep