Vertaling van castigeren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
castigeren, kastijden, tuchtigen {ww.}
castigeren
kastijden
tuchtigen {ww.}

ik castigeer
jij castigeert
hij/zij/het castigeert

ik castigeer
jij castigeert
hij/zij/het castigeert
» meer vervoegingen van castigeren

kuisen, castigeren {ww.}
kuisen
castigeren {ww.}

ik castigeer
jij castigeert
hij/zij/het castigeert

ik kuis
jij kuist
hij/zij/het kuist
» meer vervoegingen van kuisen

Laten we onze kamer kuisen.
Laten we onze kamer kuisen.
Ik moet onmiddellijk de badkamer kuisen.
Ik moet onmiddellijk de badkamer kuisen.


Gerelateerd aan castigeren

kastijden - tuchtigen - kuisenstraffen - censureren