Vertaling van kuisen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
kuisen {ww.}
kuisen {ww.}

ik kuis
jij kuist
hij/zij/het kuist

ik kuis
jij kuist
hij/zij/het kuist
» meer vervoegingen van kuisen

Laten we onze kamer kuisen.
Laten we onze kamer kuisen.
Ik moet onmiddellijk de badkamer kuisen.
Ik moet onmiddellijk de badkamer kuisen.
kuisen, castigeren {ww.}
kuisen
castigeren {ww.}

ik castigeer
jij castigeert
hij/zij/het castigeert

ik kuis
jij kuist
hij/zij/het kuist
» meer vervoegingen van kuisen

Ik heb mijn moeder de keuken helpen kuisen.
Ik heb mijn moeder de keuken helpen kuisen.
Ik ben klaar met mijn kamer te kuisen.
Ik ben klaar met mijn kamer te kuisen.
doen, kuisen, schoonmaken, afnemen, reinigen {ww.}
doen
kuisen
schoonmaken
afnemen
reinigen {ww.}

ik neem af
jij neemt af
hij/zij/het neemt af

ik doe
jij doet
hij/zij/het doet
» meer vervoegingen van doen

Het was mijn beurt om de kamer te kuisen.
Het was mijn beurt om de kamer te kuisen.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Laten we onze kamer kuisen.

Laten we onze kamer kuisen.

Ik moet onmiddellijk de badkamer kuisen.

Ik moet onmiddellijk de badkamer kuisen.

Ik heb mijn moeder de keuken helpen kuisen.

Ik heb mijn moeder de keuken helpen kuisen.

Ik ben klaar met mijn kamer te kuisen.

Ik ben klaar met mijn kamer te kuisen.

Het was mijn beurt om de kamer te kuisen.

Het was mijn beurt om de kamer te kuisen.


Gerelateerd aan kuisen

castigeren - doen - schoonmaken - afnemen - reinigencensureren - ontdoen