Vertaling van contracteren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
contracteren {ww.}
contracteren {ww.}

ik contracteer
jij contracteert
hij/zij/het contracteert

ik contracteer
jij contracteert
hij/zij/het contracteert
» meer vervoegingen van contracteren

afsluiten, contracteren, aangaan {ww.}
afsluiten
contracteren
aangaan {ww.}

ik ga aan
jij gaat aan
hij/zij/het gaat aan

ik sluit af
jij sluit af
hij/zij/het sluit af
» meer vervoegingen van afsluiten



Gerelateerd aan contracteren

afsluiten - aangaanwerven