Vertaling van couperen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
couperen, afsnijden {ww.}
couperen
afsnijden {ww.}
afsnijden {ww.}
ik snijd af
jij snijdt af
hij/zij/het snijdt af
ik coupeer
jij coupeert
hij/zij/het coupeert
» meer vervoegingen van couperen
couperen, afnemen {ww.}
couperen
afnemen {ww.}
afnemen {ww.}
ik neem af
jij neemt af
hij/zij/het neemt af
ik coupeer
jij coupeert
hij/zij/het coupeert
» meer vervoegingen van couperen