Vertaling van even

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
even, evenzeer, gelijk, gelijkelijk {bw.}
even
evenzeer
gelijk
gelijkelijk {bw.}
even, eveneens, idem, insgelijks, van hetzelfde {bw.}
even
eveneens
idem
insgelijks
van hetzelfde {bw.}
even, eventjes, korte tijd {bw.}
even
eventjes
korte tijd {bw.}
een paar vormend, even {bn.}
een paar vormend
even {bn.}
zo, zodanig, zozeer, even, dermate, dusdanig {bw.}
zo
zodanig
zozeer
even
dermate
dusdanig {bw.}
een moment, even, eventjes {bw.}
een moment
even
eventjes {bw.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

We zijn even oud.

We zijn even oud.

Hij twijfelde even.

Hij twijfelde even.

Laten wij even rusten.

Laten wij even rusten.

Denk even na.

Denk even na.

Om het even.

Om het even.

Mag ik je woordenboek even?

Mag ik je woordenboek even?

Laat ons even alleen zijn.

Laat ons even alleen zijn.

Ik zal me even voorstellen.

Ik zal me even voorstellen.

Zou u even kunnen wachten?

Zou u even kunnen wachten?

Ze is ongeveer even oud als ik.

Ze is ongeveer even oud als ik.

Mag ik uw paspoort even zien?

Mag ik uw paspoort even zien?

Mag ik uw krant even zien?

Mag ik uw krant even zien?

Ze is even intelligent als mooi.

Ze is even intelligent als mooi.

Al de jongens zijn even oud.

Al de jongens zijn even oud.

Mag ik je woordenboek even gebruiken?

Mag ik je woordenboek even gebruiken?