Vertaling van evenveel
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
evenveel, zo, zoveel, zozeer {telw.}
evenveel
zo
zoveel
zozeer {telw.}
zo
zoveel
zozeer {telw.}
evenveel {bw.}
evenveel {bw.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Ik werk evenveel als jij.
Ik werk evenveel als jij.
Lucy en ik hebben ongeveer evenveel vrienden.
Lucy en ik hebben ongeveer evenveel vrienden.
Het Franse team scoorde evenveel goals als het Engelse team.
Het Franse team scoorde evenveel goals als het Engelse team.