Vertaling van gebruikelijk
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
gebruikelijk, gewoon {bn.}
gebruikelijk
gewoon {bn.}
gewoon {bn.}
courant, gebruikelijk, habitueel, ordinair, standaard, gangbaar {bn.}
courant
gebruikelijk
habitueel
ordinair
standaard
gangbaar {bn.}
gebruikelijk
habitueel
ordinair
standaard
gangbaar {bn.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Olifanten in Thailand zijn net zo gebruikelijk als kangoeroes in Australië.
Olifanten in Thailand zijn net zo gebruikelijk als kangoeroes in Australië.
Denk wat je wil, maar in het openbaar voeg je je naar wat gebruikelijk is
Denk wat je wil, maar in het openbaar voeg je je naar wat gebruikelijk is