Vertaling van gegoed
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bemiddeld, gegoed, gezeten, welgesteld {bn.}
bemiddeld
gegoed
gezeten
welgesteld {bn.}
gegoed
gezeten
welgesteld {bn.}
bemiddeld, draagkrachtig, gezeten, gefortuneerd, gegoed, kapitaalkrachtig, vermogend, welgesteld, in bonis, rijk {bn.}
bemiddeld
draagkrachtig
gezeten
gefortuneerd
gegoed
kapitaalkrachtig
vermogend
welgesteld
in bonis
rijk {bn.}
draagkrachtig
gezeten
gefortuneerd
gegoed
kapitaalkrachtig
vermogend
welgesteld
in bonis
rijk {bn.}