Vertaling van gelukzaligheid
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
heil, zaligheid , gelukzaligheid {zn.}
heil
zaligheid
gelukzaligheid {zn.}
zaligheid
gelukzaligheid {zn.}
Buiten de kerk geen heil (redding of zaligheid)
Buiten de kerk geen heil (redding of zaligheid)
Tot heil voor mens en dier
Tot heil voor mens en dier
zaligheid , heerlijkheid , gelukzaligheid {zn.}
zaligheid
heerlijkheid
gelukzaligheid {zn.}
heerlijkheid
gelukzaligheid {zn.}