Vertaling van gids
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
gids, geleidster {zn.}
gids
geleidster {zn.}
geleidster {zn.}
Laat me alsjeblieft de TV-gids zien.
Laat me alsjeblieft de TV-gids zien.
Ze vertrokken met een gids voor het geval ze verdwaalden.
Ze vertrokken met een gids voor het geval ze verdwaalden.
gids, leider, geleider , voorman , leidsman {zn.}
gids
leider
geleider
voorman
leidsman {zn.}
leider
geleider
voorman
leidsman {zn.}
Hij heeft een vakantiebaan als gids.
Hij heeft een vakantiebaan als gids.
De boosaardige leider van het land was alleen geïnteresseerd in geld.
De boosaardige leider van het land was alleen geïnteresseerd in geld.
gids {zn.}
gids {zn.}
gids, richtsnoer, leidraad, gidsboek {zn.}
gids
richtsnoer
leidraad
gidsboek {zn.}
richtsnoer
leidraad
gidsboek {zn.}
gids, vademecum, reisgids, gidsboek {zn.}
gids
vademecum
reisgids
gidsboek {zn.}
vademecum
reisgids
gidsboek {zn.}
gids {zn.}
gids {zn.}
gidsen {ww.}
gidsen {ww.}
ik gids
jij gidst
hij/zij/het gidst
ik gids
jij gidst
hij/zij/het gidst
» meer vervoegingen van gidsen
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Laat me alsjeblieft de TV-gids zien.
Laat me alsjeblieft de TV-gids zien.
Ze vertrokken met een gids voor het geval ze verdwaalden.
Ze vertrokken met een gids voor het geval ze verdwaalden.
Hij heeft een vakantiebaan als gids.
Hij heeft een vakantiebaan als gids.