Vertaling van glippen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
glippen, uitglijden {ww.}
glippen
uitglijden {ww.}
uitglijden {ww.}
ik glip
jij glipt
hij/zij/het glipt
ik glip
jij glipt
hij/zij/het glipt
» meer vervoegingen van glippen
uitglijden, schuiven, glijden, glippen, glibberen {ww.}
uitglijden
schuiven
glijden
glippen
glibberen {ww.}
schuiven
glijden
glippen
glibberen {ww.}
ik glibber
jij glibbert
hij/zij/het glibbert
ik glijd uit
jij glijdt uit
hij/zij/het glijdt uit
» meer vervoegingen van uitglijden
doorslaan, slippen, glippen {ww.}
doorslaan
slippen
glippen {ww.}
slippen
glippen {ww.}
ik sla door
jij slaat door
hij/zij/het slaat door
ik sla door
jij slaat door
hij/zij/het slaat door
» meer vervoegingen van doorslaan