Vertaling van goeddunken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
goeddunken {zn.}
goeddunken {zn.}
goedvinden, goeddunken {zn.}
goedvinden
goeddunken {zn.}
goeddunken {ww.}
goeddunken {ww.}

ik zal goeddunken
jij zult goeddunken
hij/zij/het zal goeddunken

ik zal goeddunken
jij zult goeddunken
hij/zij/het zal goeddunken
» meer vervoegingen van goeddunken

believen, goeddunken {ww.}
believen
goeddunken {ww.}

ik zal believen
jij zult believen
hij/zij/het zal believen

ik zal believen
jij zult believen
hij/zij/het zal believen
» meer vervoegingen van believen

Naar believen
Naar believen


Gerelateerd aan goeddunken

goedvinden - believenvinden - aanspreken