Vertaling van gok

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
gok {zn.}
gok {zn.}
gok [m] (de ~), waagstuk [o] (het ~) {zn.}
gok [m] (de ~)
waagstuk [o] (het ~) {zn.}
gok [m] (de ~) {zn.}
gok [m] (de ~) {zn.}
gokken {ww.}
gokken {ww.}

ik gok
jij gokt
hij/zij/het gokt

ik gok
jij gokt
hij/zij/het gokt
» meer vervoegingen van gokken

gokken {ww.}
gokken {ww.}

ik gok
jij gokt
hij/zij/het gokt

ik gok
jij gokt
hij/zij/het gokt
» meer vervoegingen van gokken

gokken {ww.}
gokken {ww.}

ik gok
jij gokt
hij/zij/het gokt

ik gok
jij gokt
hij/zij/het gokt
» meer vervoegingen van gokken

gokken, speculeren {ww.}
gokken
speculeren {ww.}

ik gok
jij gokt
hij/zij/het gokt

ik gok
jij gokt
hij/zij/het gokt
» meer vervoegingen van gokken



Gerelateerd aan gok

waagstuk - gokken - speculerenpoging - neus - spelen - beproeven - verwachten