Vertaling van gorgel
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
spoelen, afspoelen, gorgelen {ww.}
spoelen
afspoelen
gorgelen {ww.}
afspoelen
gorgelen {ww.}
ik spoel af
jij spoelt af
hij/zij/het spoelt af
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
» meer vervoegingen van spoelen
keel, strot , gorgel {zn.}
keel
strot
gorgel {zn.}
strot
gorgel {zn.}
Tom schraapte zijn keel.
Tom schraapte zijn keel.
Ik heb een krop in de keel.
Ik heb een krop in de keel.
gorgelen {ww.}
gorgelen {ww.}
ik gorgel
jij gorgelt
hij/zij/het gorgelt
ik gorgel
jij gorgelt
hij/zij/het gorgelt
» meer vervoegingen van gorgelen