Vertaling van gras

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
gras [o], kruid [o] {zn.}
gras [o]
kruid [o] {zn.}
Loop niet op het gras.
Loop niet op het gras.
Tegen de dood is geen kruid opgewassen
Tegen de dood is geen kruid opgewassen
gras [o] {zn.}
gras [o] {zn.}
Mijn moeder vertelde me het gras te maaien.
Mijn moeder vertelde me het gras te maaien.
Enkele kinderen zijn op het gras aan het spelen.
Enkele kinderen zijn op het gras aan het spelen.
gras [o] (het ~) {zn.}
gras [o] (het ~) {zn.}
Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.
Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.
grasmaaien {ww.}
grasmaaien {ww.}

ik maai gras
ik maaide gras
jij maait gras

ik maai gras
ik maaide gras
jij maait gras
» meer vervoegingen van grasmaaien

grasmaaien {ww.}
grasmaaien {ww.}

ik maai gras
ik maaide gras
jij maait gras

ik maai gras
ik maaide gras
jij maait gras
» meer vervoegingen van grasmaaien



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Loop niet op het gras.

Loop niet op het gras.

Mijn moeder vertelde me het gras te maaien.

Mijn moeder vertelde me het gras te maaien.

Enkele kinderen zijn op het gras aan het spelen.

Enkele kinderen zijn op het gras aan het spelen.

Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.

Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.

Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.

Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.

De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.

De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.


Gerelateerd aan gras

kruid - grasmaaiengewas - groen - maaien