Vertaling van gras
kruid {zn.}
ik maai gras
ik maaide gras
jij maait gras
ik maai gras
ik maaide gras
jij maait gras
» meer vervoegingen van grasmaaien
ik maai gras
ik maaide gras
jij maait gras
ik maai gras
ik maaide gras
jij maait gras
» meer vervoegingen van grasmaaien
Voorbeelden in zinsverband
Loop niet op het gras.
Loop niet op het gras.
Mijn moeder vertelde me het gras te maaien.
Mijn moeder vertelde me het gras te maaien.
Enkele kinderen zijn op het gras aan het spelen.
Enkele kinderen zijn op het gras aan het spelen.
Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.
Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.
De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.
De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.