Vertaling van grief

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
grief [m] (de ~) {zn.}
grief [m] (de ~) {zn.}
bezwaar [o], grief {zn.}
bezwaar [o]
grief {zn.}
Ik heb geen bezwaar op je mening.
Ik heb geen bezwaar op je mening.
Indien nodig heb ik geen bezwaar tegen het betalen van een bepaald bedrag.
Indien nodig heb ik geen bezwaar tegen het betalen van een bepaald bedrag.
grieven, smarten, bedroeven {ww.}
grieven
smarten
bedroeven {ww.}

ik bedroef
jij bedroeft
hij/zij/het bedroeft

ik grief
jij grieft
hij/zij/het grieft
» meer vervoegingen van grieven

beledigen, uitschelden, verongelijken, krenken, grieven {ww.}
beledigen
uitschelden
verongelijken
krenken
grieven {ww.}

ik beledig
jij beledigt
hij/zij/het beledigt

ik beledig
jij beledigt
hij/zij/het beledigt
» meer vervoegingen van beledigen

Ik wilde niemand beledigen.
Ik wilde niemand beledigen.
steken, kwetsen, krenken, grieven {ww.}
steken
kwetsen
krenken
grieven {ww.}

ik grief
jij grieft
hij/zij/het grieft

ik steek
jij steekt
hij/zij/het steekt
» meer vervoegingen van steken

Ik kan dingen in een doos steken.
Ik kan dingen in een doos steken.
Bekeken van de zijkant, steken de tanden bovendien naar voren.
Bekeken van de zijkant, steken de tanden bovendien naar voren.


Gerelateerd aan grief

bezwaar - grieven - smarten - bedroeven - beledigen - uitschelden - verongelijken - krenken - steken - kwetsenklacht - berokkenen - bejegenen