Vertaling van haperen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
stuk gaan, uitvallen, haperen {ww.}
stuk gaan
uitvallen
haperen {ww.}

ik haper
jij hapert
hij/zij/het hapert

ik val uit
jij valt uit
hij/zij/het valt uit
» meer vervoegingen van uitvallen

stokken, haperen, horten {ww.}
stokken
haperen
horten {ww.}

ik haper
jij hapert
hij/zij/het hapert

ik stok
jij stokt
hij/zij/het stokt
» meer vervoegingen van stokken



Gerelateerd aan haperen

stuk gaan - uitvallen - stokken - hortenweigeren