Vertaling van stokken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
stokken {ww.}
stokken {ww.}

ik stok
jij stokt
hij/zij/het stokt

ik stok
jij stokt
hij/zij/het stokt
» meer vervoegingen van stokken

stokken, haperen, horten {ww.}
stokken
haperen
horten {ww.}

ik haper
jij hapert
hij/zij/het hapert

ik stok
jij stokt
hij/zij/het stokt
» meer vervoegingen van stokken

stok (mv. stokken), staf {zn.}
stok (mv. stokken)
staf {zn.}
Argument met de knuppel, beroep op de stok
Argument met de knuppel, beroep op de stok
stok (mv. stokken) {zn.}
stok (mv. stokken) {zn.}
stok (mv. stokken), talon {zn.}
stok (mv. stokken)
talon {zn.}
piketpaal, stok (mv. stokken), wapenbalk {zn.}
piketpaal
stok (mv. stokken)
wapenbalk {zn.}
stok [m] (de ~) {zn.}
stok [m] (de ~) {zn.}
stok (mv. stokken) {zn.}
stok (mv. stokken) {zn.}
stok (mv. stokken) {zn.}
stok (mv. stokken) {zn.}
stok (mv. stokken), souche {zn.}
stok (mv. stokken)
souche {zn.}
staart [m] (de ~), stok (mv. stokken) {zn.}
staart [m] (de ~)
stok (mv. stokken) {zn.}
stengel [m] (de ~), stok (mv. stokken), steel [m] (de ~) {zn.}
stengel [m] (de ~)
stok (mv. stokken)
steel [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan stokken

haperen - horten - stok - staf - talon - piketpaal - wapenbalk - souche - staart - stengel - steelvastbinden - weigeren - staaf - slotregel - voorraad - controlestrookje - uitsteeksel - deel - lid - blad