Vertaling van hoogheid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
hoogheid [v], majesteit [v], eerwaarde [m] {zn.}
hoogheid [v]
majesteit [v]
eerwaarde [m] {zn.}
heer, vorst [m] (de ~), vorstin [v] (de ~), monarch [m] (de ~), landsvorst, landsheer, hoogheid [m] (de ~), dynast {zn.}
heer
vorst [m] (de ~)
vorstin [v] (de ~)
monarch [m] (de ~)
landsvorst
landsheer
hoogheid [m] (de ~)
dynast {zn.}
Autoramen verzamelen vorst op winterse ochtenden.
Autoramen verzamelen vorst op winterse ochtenden.
De vorst heeft veel schade aan de gewassen gedaan.
De vorst heeft veel schade aan de gewassen gedaan.


Gerelateerd aan hoogheid

majesteit - eerwaarde - heer - vorst - vorstin - monarch - landsvorst - landsheer - dynaststaatshoofd